Pensioenafspraken 2019

Pensioenafspraken 2019  

Philips en Signify hebben onlangs definitieve overeenstemming bereikt met de vakbonden (samen: de sociale partners) over de nieuwe pensioenregeling die gaat gelden vanaf 1 januari 2019. De afspraken, die voor 3 jaar gelden, houden in dat de pensioenpremie (24% van het salaris, oftewel 29,4% van de pensioengrondslag) en de geambieerde pensioenopbouw (1,85%) niet wijzigen. Ook de ambitie om een geïndexeerd pensioen uit te keren wijzigt niet. Philips Pensioenfonds voert deze pensioenafspraken per 1 januari 2019 uit. Daarmee samenhangend heeft het Fonds besloten om de ondergrens van de zogenoemde indexatiestaffel te verlagen van 116% naar het wettelijk minimum van 110% per 1 juli 2018. Daardoor is eerder indexatie van de pensioenen mogelijk. Dit heeft tot het besluit geleid om op 1 november 2018 een extra indexatie van 0,38% toe te kennen aan alle aangeslotenen, bovenop de reeds eerder toegekende 0,22%. Het Verantwoordingsorgaan van Philips Pensioenfonds is gevraagd om over een deel van de besluiten te adviseren. Zij heeft een positief advies gegeven.

Afspraken sociale partners

In de afspraken die sociale partners hebben gemaakt, is opgenomen dat voor Philips vanaf 1 januari 2019 een nieuwe pensioenregeling geldt met de volgende uitgangspunten:

Besluiten van het Algemeen Bestuur naar aanleiding van de afspraken tussen sociale partners

Naar aanleiding van de afspraken tussen sociale partners heeft het Bestuur van het Fonds zich de volgende besluiten genomen:

Wat is de betekenis van deze besluiten voor u als aangeslotene?

Afwegingen rond ambitie en financiële gezondheid van het Fonds

Wilt u weten wat de afwegingen van het Algemeen Bestuur waren rondom de ambitie en de financiële gezondheid van het Fonds?Lees meer

  • Bij de afwegingen die ten grondslag liggen aan deze besluiten, heeft het Bestuur de effecten van de besluiten in onderlinge samenhang bekeken, dit tegen de achtergrond van de ambitie van het Fonds. Zoals altijd zijn daarbij zowel korte- als lange termijneffecten meegenomen, dit laatste omdat het voor het realiseren van onze ambitie van belang is dat het Fonds ook op lange termijn financieel gezond blijft.
  • Het Fonds heeft een reële ambitie. De reële ambitie houdt in dat het Fonds aan pensioenontvangers en houders van een premievrije polis een pensioen wil bieden dat wordt verhoogd met de prijsinflatie en aan de pensioenopbouwers een pensioen dat wordt verhoogd met de looninflatie. Onderdeel van de ambitie voor pensioenopbouwers is het streven naar een volledige pensioenopbouw. Volledige pensioenopbouw is van groot belang, onder meer omdat het wettelijke en fiscale kader het vrijwel onmogelijk maakt om gemiste opbouw in de toekomst te herstellen.
  • Voor wat betreft de indexatie van de pensioenen is van belang, dat we inmiddels een aantal jaren niet of nauwelijks hebben kunnen indexeren. Het Bestuur is van mening dat, tegen deze achtergrond, het sneller indexeren van de pensioenen belangrijker is geworden dan het zoveel mogelijk voorkomen van verlaging van de pensioenen. Dit laatste is een belangrijke doelstelling van het huidige beleid. Vandaar dat is besloten de ondergrens van de indexatiestaffel te verlagen naar 110%. Bij het besluit is meegewogen dat naarmate de gemiddelde leeftijd van de pensioengerechtigden in een pensioenfonds hoger is, het belangrijker wordt om zo snel als mogelijk indexatie toe te kennen. Bij ons is die gemiddelde leeftijd met 76 jaar relatief hoog. Het Bestuur voelt zich in het besluit gesteund door signalen die vanuit de diverse achterbannen zijn ontvangen.
  • Het besluit om de jaarlijkse pensioenopbouw te handhaven op 1,85%, en het streven om de kans op het verlagen van de pensioenopbouw te minimaliseren, betekent voor de komende drie jaar een stabiele en goede pensioenopbouw voor de deelnemers. Als gevolg hiervan wordt er in de komende periode minder betaald voor een pensioenopbouw van 1,85% dan het geval zou zijn onder de huidige financieringsmethodiek. En doordat er eerder geïndexeerd wordt, vloeien er ook eerder middelen uit het Fonds. Hierdoor nemen de risico’s iets toe. Deze risico’s zijn een iets hogere kans op het verlagen van de pensioenen in geval van een grote wereldwijde economische crisis en een lagere dekkingsgraad op de lange termijn.
  • Naar het oordeel van het Bestuur zijn deze risico’s echter alleszins acceptabel, afgezet tegen eerdergenoemde voordelen. Bij de risicoafweging heeft mede een rol gespeeld:
    - ten aanzien van de premie: dat deze nog steeds prudent is, ook in vergelijking met andere pensioenfondsen;
    - dat de gemaakte afspraken een looptijd hebben van drie jaar;
    - onze huidige beleidsdekkingsgraad van circa 120%;
    - het feit dat uit het meest recente risicobereidheidsonderzoek blijkt, dat onze aangeslotenen bereid zijn om enig risico te lopen om een geïndexeerd pensioen te kunnen realiseren.

Sluit uitklap

Klik hier om vragen en antwoorden te bekijken.

Gecontroleerd op: 29-10-2018

MijnPPF: regel uw pensioen

Bekijk uw pensioenoverzichten en persoonlijke gegevens of bereken uw pensioen in de Pensioenplanner. 

Naar MijnPPF 

Uniform Pensioenoverzicht

Lees meer over uw Uniform Pensioenoverzicht 2017.

Naar pensioenoverzicht