Pensioenakkoord

Gecontroleerd op 09 september 2020

Het Pensioenakkoord en de uitwerking daarvan

Begin juli 2020 hebben werkgevers, vakbonden en het kabinet overeenstemming bereikt over de uitwerking van het Pensioenakkoord, waarvan op 5 juni 2019 de hoofdlijnen waren gepresenteerd. Het Pensioenakkoord gaat met name over het pensioen dat via de werkgever wordt opgebouwd, zoals uw pensioen bij Philips Pensioenfonds. Het Pensioenakkoord voorziet in een fundamentele hervorming van het Nederlandse pensioenstelsel. De uitwerking van het Pensioenakkoord moet uiterlijk op 1 januari 2022 zijn vastgelegd in wetgeving. Uiterlijk op 1 januari 2026 moeten alle pensioenfondsen in Nederland hun regelingen hebben aangepast aan de nieuwe regels. Voordat het zover is, moet er nog het nodige gebeuren. Allereerst behoeft de uitwerking van het Pensioenakkoord zelf op vele punten nog weer nadere uitwerking, voordat een en ander kan worden vastgelegd in wetgeving. Ten tweede moeten sociale partners in de bedrijfstakken en bij ondernemingen nog de nodige besluiten nemen. En tot slot moeten ook pensioenfondsbesturen nog besluitvorming plegen. Als gevolg van dit alles is het nu nog niet bekend, wanneer de pensioenregelingen die Philips Pensioenfonds uitvoert zijn overgezet naar de nieuwe regels.

Heeft u vragen over het Pensioenakkoord en de uitwerking daarvan? Hieronder vindt u een aantal vragen en antwoorden, die meer inzicht geven in het nieuwe Pensioenakkoord en de uitwerking daarvan.

 

Vragen en antwoorden

  • Wat zijn de hoofdlijnen van het Pensioenakkoord?

    Het Pensioenakkoord gaat met name over een fundamentele herziening van het pensioen dat u via uw werkgever opbouwt, zoals uw pensioen bij Philips Pensioenfonds.

    Het Pensioenakkoord gaat uit van twee soorten pensioenregelingen die afgesproken kunnen worden tussen de werkgevers en de vakbonden. In beide regelingen geldt dat u een eigen pensioenpot heeft. In de ene regeling is dit een pensioenpot met een individueel pensioenkapitaal. Dergelijke individuele beschikbare-premieregelingen bestaan nu ook al. In de andere regeling gaat het om een pensioenpot bestaande uit een aandeel in een collectief belegd pensioenkapitaal. Deze regeling is nieuw. Op dit moment zijn er naast regelingen waarin u een individuele pensioenpot heeft (zogenoemde individuele beschikbare-premieregelingen), ook nog regelingen waarin aan deelnemers pensioenaanspraken worden toegezegd. Bij Philips en Signify gebeurt dat op basis van een door de ondernemingen betaalde vaste premie. Als deze premie voldoende is voor het toekennen van de geambieerde pensioenopbouw wordt deze toegekend. Is dat niet het geval, dan wordt het opbouwpercentage verlaagd. Regelingen als deze bestaan niet meer binnen het nieuw pensioenstelsel. In het nieuwe stelsel kennen we uitsluitend de volgende regelingen:

    1. Individuele beschikbare-premieregeling: in deze regeling bouwt u als deelnemer geen pensioenaanspraak op, maar een individueel pensioenkapitaal. In het algemeen is het voor de deelnemer mogelijk om binnen bepaalde kaders zelf te kiezen hoe dit kapitaal wordt belegd en welke risico's worden genomen. Uit het kapitaal worden vanaf uw pensioendatum uw pensioenuitkeringen betaald. Een vergelijkbare pensioenregeling bestaat ook al in het huidige pensioenstelsel.
    2. ‘Nieuwe pensioencontract’: ook dit is een premieregeling waarin u als deelnemer een pensioenkapitaal opbouwt in een eigen pensioenpot. Uw pensioenpot wordt echter, anders dan bij variant 1, samen met het pensioenkapitaal van andere deelnemers, collectief belegd in het pensioenfonds. Uw pensioenpot bestaat uit een aandeel in dit collectief belegde kapitaal. Het rendement dat wordt behaald op de verschillende beleggingscategorieën wordt verdeeld over de deelnemers, op basis van leeftijd. Na een goed beleggingsjaar gaat de pensioenpot van jongeren dan relatief meer omhoog dan die van ouderen, na een slecht beleggingsjaar gaat de pot van jongeren juist relatief meer omlaag dan die van ouderen. Achterliggende gedachte daarbij is dat een jongere deelnemer meer beleggingsrisico kan lopen dan een oudere deelnemer. Een jongere heeft namelijk een langere periode voor herstel na een slecht beleggingsjaar. Deze pensioenregeling is een nieuw soort regeling die het huidige pensioenstelsel niet kent.

    Een belangrijk punt in het Pensioenakkoord is de aanpassing van de wijze waarop het pensioen wordt opgebouwd en de pensioenpremie die daarvoor wordt betaald. Nu bouwt elke werknemer met hetzelfde salaris, ongeacht zijn of haar leeftijd, jaarlijks evenveel pensioen op. Omdat de premie van jongere deelnemers langer kan renderen dan die van oudere deelnemers, is de pensioenopbouw voor jongeren goedkoper dan voor ouderen. Bij Philips Pensioenfonds wordt daarmee rekening gehouden en wordt door de werkgevers voor jongeren ook minder premie betaald dan voor ouderen*. Bij de meeste pensioenfondsen is dat echter niet het geval en wordt voor alle deelnemers, ongeacht hun leeftijd, dezelfde premie gerekend. Zowel bij Philips Pensioenfonds als bij die andere fondsen, is de pensioenopbouw voor iedereen gelijk. Omdat de pensioenopbouw voor jongeren goedkoper is, is het in de ogen van het kabinet en sociale partners eerlijker, als zij bij alle pensioenfondsen voor dezelfde pensioenopbouw minder premie zouden betalen (zoals nu bij Philips Pensioenfonds). Of als zij meer pensioenopbouw zouden krijgen voor dezelfde premie. Voor die laatste variant is in het Pensioenakkoord gekozen. In het nieuwe stelsel is voor alle deelnemers aan een pensioenregeling dezelfde premie beschikbaar. Daarmee gaan jongeren meer pensioen opbouwen dan nu, ouderen juist minder.

    Er lijkt op zich wat voor te zeggen dat dit eerlijker is dan de huidige systematiek, maar deze overstap creëert wel een overgangsprobleem. Iedereen die al pensioen heeft opgebouwd in het huidige stelsel ondervindt nadeel van de overstap op de nieuwe systematiek. Dit geldt vooral voor de groep deelnemers van rond de 45 jaar. Zij gaan immers in de toekomst minder pensioen opbouwen, zonder dat zij in het verleden een hogere pensioenopbouw hebben gehad. Dit nadeel moet volgens kabinet en sociale partners gecompenseerd worden.

    Daarmee kunnen aanzienlijke kosten gemoeid zijn. Meer informatie over compensatie vindt u bij de vraag ‘Is er compensatie voor deelnemers die er financieel op achteruitgaan?’

    * Als alle door de werkgevers betaalde premies worden opgeteld en dit totaalbedrag wordt uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslagsom (de pensioengrondslag is het salaris waarover pensioen wordt opgebouwd), komt daar voor de flexregeling 29,4% uit. Dit is het door de werkgevers verschuldigde premiepercentage dat ook is terug te vinden in het pensioenreglement. Dit percentage geldt voor een tussen werkgevers en pensioenfonds overeengekomen periode. Werknemers betalen een eigen bijdrage van 2% (Philips) of 5% (Signify).

  • Waarom wordt het pensioenstelsel herzien?

    In de hoofdlijnennotitie over de uitwerking van het Pensioenakkoord, die Minister Koolmees op 22 juni 2020 naar de Tweede Kamer stuurde, staat over de doelen en randvoorwaarden waaraan een nieuw stelsel moet voldoen het volgende:

    ‘In het in 2019 gesloten Pensioenakkoord zijn de volgende doelen afgesproken waaraan het nieuwe pensioenstelsel moet voldoen:

    • Het nieuwe pensioenstelsel moet eerder perspectief bieden op een koopkrachtig pensioen. In goede tijden gaan pensioenen eerder omhoog, maar in slechte tijden ook eerder omlaag.
    • Het stelsel moet transparanter en persoonlijker zijn.
    • Het stelsel moet beter aansluiten bij de ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt.

    Daarnaast zijn in het Pensioenakkoord een aantal randvoorwaarden gesteld:

    • De ouderdomspensioenen blijven levenslang.
    • De herziening is geen versobering. Er blijft voldoende ruimte om de huidige doelstelling voor het te verwachten pensioen te realiseren.
    • De premies en de pensioenuitkeringen moeten zo stabiel mogelijk zijn.
    • De overstap moet voor alle belanghebbenden en generaties evenwichtig uitpakken.
    • Eventuele nadelen van de transitie worden adequaat gecompenseerd.
    • Bestaande pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen worden zo veel mogelijk meegenomen naar het nieuw gekozen pensioencontract.
    • Pensioenuitvoerders moeten voldoende ruimte houden om beleggingsrendement te boeken.
    • De overgang moet uitvoerbaar zijn en financieel haalbaar.

    Aan sommige van de genoemde doelen en randvoorwaarden wordt zonder meer voldaan. Zo is evident dat het pensioen via de eigen pensioenpotjes persoonlijker wordt en dat het nieuwe stelsel leidt tot stabielere premies.

    Op andere punten is nu reeds duidelijk dat daaraan (vrijwel zeker) niet wordt voldaan of dat het nieuwe stelsel daarop geen verbetering brengt. Dat geldt bijvoorbeeld voor de stabiliteit van de pensioenuitkeringen. Tot slot zijn er nog de punten waarvan nog niet kan worden vastgesteld of daaraan voldaan kan worden. Dit komt omdat dit pas duidelijk wordt als bekend is hoe de pensioenregelingen er precies uit gaan zien. Daarvoor is nog besluitvorming nodig, zowel door de politiek als door sociale partners en pensioenfondsbesturen. Een goed voorbeeld hiervan is de doelstelling dat adequate compensatie moet worden geboden aan deelnemers die erop achteruitgaan.

    Een aantal punten waar evident niet aan voldaan wordt of waarvan nog moet blijken of daaraan voldaan gaat worden omdat nog nadere besluitvorming nodig is, komt hieronder in de andere vragen en antwoorden aan de orde.

  • Wordt pensioen in het nieuwe stelsel transparanter?

    In het nieuwe stelsel hebben alle deelnemers een persoonlijke pensioenpot. Het zal voor iedere deelnemer duidelijk zijn, hoeveel geld er op enig moment in die pot zit en welke ontwikkelingen daaraan in positieve (bijvoorbeeld premie en positieve beleggingsrendementen) of negatieve zin (bijvoorbeeld uitkeringen en negatieve beleggingsrendementen) hebben bijgedragen. In zoverre is pensioen in het nieuwe stelsel transparant.

    Op welke pensioenuitkering deelnemers op grond van het kapitaal in hun pensioenpot uiteindelijk kunnen rekenen, is echter niet duidelijk. Dit is immers afhankelijk van onzekere toekomstige ontwikkelingen, zoals de beleggingsrendementen die behaald gaan worden. Die rendementen zijn in het nieuwe stelsel directer dan nu bepalend voor de hoogte van het pensioen van de individuele deelnemers. Daarmee neemt de onzekerheid over de hoogte van de uitkering toe. In die zin wordt pensioen dus niet transparanter in het nieuwe stelsel.

    Kortom: het nieuwe stelsel is transparanter over wat er op enig moment in de individuele pensioenpotten van de deelnemers zit, maar niet over de hoogte van de uit te keren pensioenen. 

  • Klopt het dat niemand erop achteruitgaat in het nieuwe stelsel?

    Nee, dat klopt helaas niet. Er zullen deelnemers zijn van wie het pensioen in het nieuwe pensioenstelsel (ondanks compensatie) lager zal zijn dan in het huidige stelsel. In het nieuwe pensioenstelsel gaat het pensioen namelijk directer meebewegen met de economie. Er bestaat zodoende een kans op een hoger pensioen dan in het huidige stelsel, maar ook een kans op een lager pensioen. Zodra duidelijk is hoe de nieuwe pensioenregelingen van Philips en Signify er precies uit gaan zien, kunnen wij berekeningen maken waaruit blijkt hoe hoog de pensioenen van de deelnemers naar verwachting zullen zijn. In die berekeningen moeten wij uitgaan van veronderstellingen ten aanzien van beleggingsrendementen en rente-ontwikkelingen over een lange reeks van jaren. Daarom is het onzeker of die verwachtingen (bij benadering) zullen uitkomen.

    Wel is nu al bekend dat er een grote kans is dat een bepaalde groep deelnemers er (zonder compensatie) op achteruit zal gaan. Dat zijn de pensioenopbouwers van middelbare leeftijd. Deelnemers die behoren tot deze groep worden namelijk wel geconfronteerd met een lagere pensioenopbouw in de toekomst, terwijl zij in het verleden als jongere niet geprofiteerd hebben van een hogere pensioenopbouw. Het Pensioenakkoord neemt als uitgangspunt, dat als blijkt dat deze groep een nadeel heeft, die daarvoor adequaat gecompenseerd moet worden.

  • Is er compensatie voor deelnemers die er financieel op achteruitgaan?

    Er is een grote kans dat het Pensioenakkoord nadelig uitpakt voor deelnemers van middelbare leeftijd. Dit is onderkend bij het sluiten van het akkoord en er is gezegd dat hiervoor een adequate compensatieregeling moet komen. Onbekend is echter wie deze compensatie moet financieren. Het Pensioenakkoord geeft aan dat de compensatie voor werkgevers en deelnemers kostenneutraal moet zijn. Voor het betalen van de compensatie wordt uitdrukkelijk ook naar de pensioenfondsen gekeken. Het wordt wettelijk mogelijk gemaakt, dat pensioenfondsen de kosten van de compensatie of een deel daarvan voor hun rekening nemen. In dat geval vindt de compensatie dus (deels) uit het vermogen van het pensioenfonds plaats. Of dat ook bij Philips Pensioenfonds aan de orde zal zijn, moet worden afgewacht. Indien het aan de orde zou zijn, dient geborgd te worden dat dit op evenwichtige wijze plaatsvindt. Dat kan pas worden beoordeeld, nadat het gehele plaatje van de inhoud van de nieuwe regeling en de financiering daarvan is ingevuld. Het is de taak van het Algemeen Bestuur van het Fonds om in dit verband alle belangen op een evenwichtige manier te wegen. Ook als er een adequate compensatie is voor de deelnemers die nadeel ondervinden van de invoering van het nieuwe pensioenstelsel, is het overigens niet zeker dat niemand erop achteruit zal gaan in het nieuwe pensioenstelsel. De compensatie zal waarschijnlijk gebaseerd worden op een neutraal economisch scenario. Als het vervolgens economisch tegenzit, is de compensatie onvoldoende om nadeel te voorkomen.

  • Is er in het nieuwe pensioenstelsel nog sprake van solidariteit tussen jongere en oudere deelnemers van een pensioenfonds?

    Ja, er is naar verwachting bij de meeste pensioenregelingen nog steeds sprake van solidariteit tussen jongere en oudere deelnemers, maar minder dan in het huidige stelsel. Er is voortaan geen sprake meer van leeftijdsolidariteit wat betreft de pensioenopbouw. Iedere deelnemer met hetzelfde salaris krijgt voortaan dezelfde premie in zijn pensioenpot gestort. Een jongere kan met die premie meer pensioen opbouwen dan een oudere collega. In het huidige pensioenstelsel bouwt zowel jong als oud hetzelfde pensioen op. In feite betaalt een jongere bij de meeste pensioenfondsen mee aan de pensioenopbouw van zijn of haar oudere collega. Dat is in het nieuwe pensioenstelsel niet meer het geval.

    In het nieuwe pensioenstelsel komt het beleggingsrendement rechtstreeks ten goede aan de deelnemer via zijn of haar persoonlijke pensioenpot. Het pensioen wordt dus persoonlijker. Persoonlijker betekent dat er minder solidariteit is. En omdat er minder solidariteit is, gaan de pensioenen ook directer meebewegen met de economie. Of u dit wel of niet ziet als een positieve ontwikkeling, hangt ervan af hoeveel waarde u hecht aan zekerheid over uw pensioenuitkering.

    Indien wordt gekozen voor het nieuwe pensioencontract (zie voor informatie over dit type regeling de vraag ‘Wat zijn de hoofdlijnen van het Pensioenakkoord?’), krijgt de solidariteit tussen generaties die in het nieuwe stelsel resteert, vorm via de zogenoemde solidariteitsreserve. Die reserve kan per pensioenfonds verschillen en mag maximaal 15% van het totale vermogen zijn. Bij hoge rendementen kan een deel daarvan worden toegevoegd aan deze reserve. Als het tegenzit, kan het lage rendement hieruit aangevuld worden. Hoe hoger de reserve, hoe meer solidariteit er in het nieuwe stelsel resteert. En hoe meer solidariteit, des te stabieler de uitkeringen.

    Indien niet wordt gekozen voor het nieuwe pensioencontract, maar voor een individuele beschikbare-premieregeling, kan er bij bedrijfstakpensioenfondsen en beroepspensioenfondsen ook voor worden gekozen om een solidariteitsreserve te vormen. Vreemd genoeg kan dit bij ondernemingspensioenfondsen zoals Philips Pensioenfonds niet, op basis van de huidige plannen. Niet uitgesloten is, dat die mogelijkheid ook voor ondernemingspensioenfondsen alsnog wordt gecreëerd.

  • Wie draagt in het nieuwe stelsel het risico van tegenvallende beleggingsresultaten?

    In het nieuwe stelsel ligt het beleggingsrisico bij de deelnemer. In de huidige regeling van Philips Pensioenfonds is dit feitelijk ook al zo. Maar in het nieuwe stelsel ziet u de beleggingsresultaten directer terug in uw pensioenpot of in de hoogte van uw uitkering. Uw pensioen gaat directer meebewegen met de economie. Daardoor heeft u kans op een hoger pensioen (bij positieve beleggingsrendementen) maar loopt u ook het risico van een lager pensioen (bij tegenvallende beleggingsrendementen). Uw pensioen wordt dus minder zeker. Overigens wordt er bij de keuze voor het nieuwe pensioencontract (en dus niet voor een individuele beschikbare-premieregeling) ook een zogenoemde solidariteitsreserve gevormd. Die reserve kan per pensioenfonds verschillen en mag maximaal 15% van het totale vermogen zijn. Bij hoge rendementen kan een deel daarvan worden toegevoegd aan deze reserve. Als het tegenzit, kan het lage rendement hieruit aangevuld worden. De uitkeringen worden daardoor iets stabieler, maar nog steeds minder stabiel dan in het huidige stelsel.

  • Mag ik onder het nieuwe pensioenstelsel zelf beleggingskeuzes maken?

    Dat is afhankelijk van de regeling waarvoor gekozen wordt. Is dat het nieuwe pensioencontract, dan kunt u geen eigen beleggingskeuzes maken. U heeft dan weliswaar een eigen pensioenpot, maar deze pensioenpot blijft collectief belegd, net als nu. Dat wil zeggen: het totale pensioenkapitaal van alle deelnemers samen wordt door het pensioenfonds belegd. U heeft dan geen eigen keuzemogelijkheden voor wat betreft de beleggingen.

    Wordt gekozen voor de zogenoemde individuele beschikbare-premieregeling, dan krijgt u wel de mogelijkheid om zelf beleggingskeuzes te maken. U kunt dan bijvoorbeeld kiezen hoe uw pensioenpot wordt verdeeld over bepaalde beleggingsfondsen, zoals een aandelenfonds of een obligatiefonds.

  • Welke pensioenen vallen onder het nieuwe pensioenstelsel?

    Na overgang naar het nieuwe stelsel zijn de nieuwe regels in ieder geval direct van toepassing op de pensioenopbouw. Voor de op het moment van overgang naar het nieuwe stelsel reeds opgebouwde pensioenen van werknemers en gepensioneerden geldt het volgende. Hoofdregel is dat ook de opgebouwde pensioenen onder de nieuwe regels vallen, als sociale partners daarom verzoeken. In pensioenjargon spreken we dan van ‘invaren’. Van de hoofdregel kan worden afgeweken, als dat voor bepaalde deelnemersgroepen tot een onevenredig nadeel zou leiden. Of er bij Philips Pensioenfonds sprake gaat zijn van invaren van de opgebouwde pensioenen, is nu nog niet duidelijk. Daarover vindt op een later moment besluitvorming plaats. Op dit moment kan dat nog niet omdat niet duidelijk is hoe werkgevers en vakbonden de nieuwe pensioenregeling gaan invullen en omdat de regels over het invaren nog onvoldoende duidelijk zijn. Als er ook bij Philips Pensioenfonds sprake zou zijn van invaren, dan worden alle opgebouwde pensioenen, dus ook de al ingegane pensioenen, omgezet in een persoonlijk pensioenkapitaal. Daaruit wordt jaarlijks een pensioenbedrag uitgekeerd.

  • Is invaren juridisch mogelijk?

    Het nieuwe pensioenstelsel moet uiteraard voldoen aan wet- en regelgeving. Onder de regelgeving valt ook Europese regelgeving. In dit verband is het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM) van belang. Hierin is bepaald, dat iedereen recht heeft op het ongestoord genot van zijn eigendom. Hiertoe behoren in ieder geval de reeds opgebouwde pensioenen van werknemers en gepensioneerden. Het staat lidstaten van de EU vrij om eigendom te ontnemen of te reguleren, als het algemeen belang dat vereist. Het EVRM bevat een aantal criteria om te bepalen of er sprake is van een gerechtvaardigde ontneming of regulering van eigendom. Uiteindelijk bepaalt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens of aan deze criteria voldaan is. In de hoofdlijnennotitie uitwerking Pensioenakkoord die op 22 juni 2020 door Minister Koolmees is aangeboden aan de Tweede Kamer, wordt ervan uitgegaan dat de kans dat het Europese Hof desgevraagd zal oordelen dat niet aan die criteria wordt voldaan, klein is: Potentiële risico’s op een ongerechtvaardigde inbreuk op het eigendomsrecht zullen (…) zeer beperkt zijn.’

  • Wat gebeurt er met de indexatie-achterstand bij overgang naar het nieuwe pensioenstelsel? Wordt die eerst afgerekend of is die met de overgang voor altijd verloren?

    Het is onduidelijk wat er met de indexatie-achterstand gebeurt bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Dit hangt er onder andere vanaf of de huidige aanspraken worden ‘ingevaren’ in de nieuwe regeling of niet (meer over invaren bij de vraag ‘Welke pensioenen vallen onder het nieuwe pensioenstelsel?’). Als er bij Philips Pensioenfonds sprake zou zijn van invaren, dan worden alle opgebouwde pensioenen, dus ook de al ingegane pensioenen, omgezet in een persoonlijk pensioenkapitaal. Bij het bepalen van de hoogte van uw persoonlijke pensioenkapitaal wordt zo mogelijk, indien daarvoor voldoende reserves aanwezig zijn in het fonds, rekening gehouden met indexatie. Hoe precies is afhankelijk van de omrekenmethodiek waarvoor gekozen gaat worden. Welke dat zal zijn is nu nog niet bekend. Het kapitaal dat als gevolg van het eventueel invaren in uw pensioenpot wordt gereserveerd bestaat uit twee delen: uw opgebouwde pensioen wordt omgezet in een persoonlijk kapitaal, dat is deel één. Daarbovenop ontvangt u in uw persoonlijke kapitaal mogelijk, indien daarvoor voldoende reserves aanwezig zijn in het fonds, een bedrag in verband met indexatie. Dat is deel twee. Het gaat bij deel twee niet om een bedrag waarmee de volledige indexatie-achterstand wordt ingehaald. Van het in één keer inhalen van die achterstand zou ook bij handhaving van het huidige stelsel geen sprake zijn geweest. Bij handhaving van het huidige stelsel zou bij een gunstige ontwikkeling van de dekkingsgraad de indexatie-achterstand in de loop van de tijd ingehaald kunnen worden. Dat geldt ook onder het nieuwe stelsel indien de economie zich gunstig ontwikkelt. Met dit verschil dat u de inhaalindexatie in het huidige stelsel direct terugziet als een verhoging van uw pensioen terwijl zich dat in het nieuwe stelsel vertaalt in een extra stijging van de waarde van uw pensioenkapitaal. Maar dat hogere pensioenkapitaal leidt vervolgens ook tot een hoger pensioen.

    Als er bij Philips Pensioenfonds geen sprake zou zijn van invaren, dan blijven de huidige regels over (inhaal)indexatie in beginsel van toepassing op de niet ingevaren opgebouwde pensioenen. In beginsel, want Minister Koolmees heeft aangegeven dat nog zal worden bezien of deze regels worden aangepast.

  • Is invaren per definitie ongunstig voor ouderen/pensioenontvangers?

    Nee, niet per definitie. Hoe de overgang naar het nieuwe stelsel uitpakt voor de diverse deelnemersgroepen, kan pas worden bepaald indien duidelijk is, hoe de regeling er bij Philips Pensioenfonds precies uit gaat zien. Daarbij is van belang wat de financiële positie is van het Fonds op het moment van de overgang, maar (zonder volledig te willen zijn) bijvoorbeeld ook:

    • Voor welke van de twee contractvarianten wordt gekozen.
    • Afhankelijk van de keuze van de regeling: hoe groot de solidariteitsreserve is en hoe die wordt gevuld (wordt een deel van de huidige buffer daarvoor gebruikt?).
    • Als compensatie aan de orde is: hoeveel en hoe die wordt gefinancierd.
    • Voor welk projectierendement wordt gekozen. Het projectierendement is het rendement waarmee op de pensioendatum een inschatting wordt gemaakt van de toekomstige pensioenuitkeringen. Hoe lager het projectierendement des te lager het maandelijkse pensioen en omgekeerd. Meer informatie over het projectierendement vindt u bij de hierna opgenomen vraag ‘Is de rekenrente in het nieuwe pensioenstelsel helemaal niet meer van belang?’.

    Pas nadat het gehele plaatje van de inhoud van de regeling en de financiering daarvan is ingevuld, kan worden uitgerekend wat de regeling naar verwachting betekent voor de individuele (groepen) deelnemers en kan worden beoordeeld of het geheel met of zonder invaren evenwichtig is.

  • Is de rekenrente in het nieuwe pensioenstelsel helemaal niet meer van belang?

    De rekenrente zoals wij die nu kennen, verdwijnt in het nieuwe pensioenstelsel. In het nieuwe pensioenstelsel is het zogenoemde projectierendement* van belang. Dat is het rendement, dat naar verwachting in de toekomst kan worden gemaakt met de beleggingen in het individuele pensioenpotje van de deelnemer. Dat verwachte rendement of projectierendement is afhankelijk van de beleggingen in dat potje. Hoe hoger het verwachte toekomstige rendement, des te hoger de pensioenuitkering. In zijn algemeenheid is het van belang, dat het projectierendement op prudente wijze wordt vastgesteld. Een te hoog projectierendement leidt immers in het begin wel tot een hogere pensioenuitkering, maar die uitkering zal later verlaagd moeten worden als het feitelijk rendement achterblijft bij het projectierendement. Overigens blijft de marktrente (waarvan de rekenrente die we nu kennen is afgeleid) ook in het nieuwe stelsel wel degelijk nog van belang, met name voor pensioengerechtigden. Bij pensioengerechtigden zullen er namelijk relatief veel obligaties in het individuele pensioenpotje zitten. De (markt)rente op die obligaties is medebepalend voor het projectierendement en dus voor de hoogte van de pensioenuitkering. 

    * Indien de deelnemer aan een individuele beschikbare-premieregeling kiest voor inkoop van een vaste pensioenuitkering, is het projectierendement niet van belang en is de hoogte van de pensioenuitkering afhankelijk van het inkooptarief van de pensioenuitvoerder.

  • Wanneer merk ik als deelnemer iets van het Pensioenakkoord?

    Op korte termijn merkt u nog niets van het Pensioenakkoord. Allereerst moet het akkoord worden omgezet in wetgeving. Daarbij moeten nog vele keuzes worden gemaakt. Daarnaast moeten Philips, Signify en de vakbonden besluiten nemen over de pensioenregelingen van Philips en Signify. En het Algemeen Bestuur van het Fonds moet nog besluiten of de door beide ondernemingen met de vakbonden overeengekomen pensioenregelingen kunnen worden uitgevoerd. Hoewel dit alles voor een deel gelijktijdig kan gebeuren, duurt het dus nog wel even voordat hierover nieuws te melden is. We houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

  • Moet ik zelf actie ondernemen?

    U kunt zelf geen actie ondernemen. Het Pensioenakkoord wordt nu verder uitgewerkt door het kabinet en de sociale partners. Philips, Signify en de vakbonden gaan besluiten nemen over de toekomst van de pensioenregeling van Philips Pensioenfonds. En ook het Algemeen Bestuur van Philips Pensioenfonds moet nog de nodige besluiten nemen. Het kan vanwege dit alles nog wel enige tijd kan duren voordat duidelijk is wat het Pensioenakkoord voor u persoonlijk gaat betekenen.

  • Wat is de rol van het pensioenfondsbestuur in de besluitvorming over de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel?

    In de Hoofdlijnennotitie uitwerking Pensioenakkoord is opgenomen, dat sociale partners afspraken maken over de nieuwe pensioenregeling (individuele beschikbare-premieregeling of het nieuwe pensioencontract), over de adequate compensatie van een eventueel nadeel, over invaren en over het moment van overstappen naar het nieuwe stelsel. De werkgevers worden wettelijk verplicht al deze keuzes en de overwegingen en berekeningen die daaraan ten grondslag liggen, vast te leggen in een transitieplan. Het transitieplan wordt betrokken bij de opdrachtaanvaarding door het pensioenfondsbestuur. Pensioenfondsen worden verplicht om voor de transitie een implementatieplan op te stellen. In dit plan zetten zij uiteen op welke wijze de uitvoering van de nieuwe pensioenregeling wordt voorbereid en uitgevoerd. Zij moeten daarin onderbouwen hoe zij de nieuwe regeling kunnen uitvoeren met inachtneming van evenwichtige belangenafweging en gelijke behandelingswetgeving.

    Het initiatief voor het maken van afspraken over de nieuwe pensioenregeling, invaren en compensatie ligt dus formeel bij de sociale partners. Uitvoering van die regeling is echter alleen mogelijk indien het pensioenfonds de opdracht om die regeling uit te voeren aanvaardt. Dat kan het Algemeen Bestuur van het Fonds alleen doen, indien het van oordeel is dat op evenwichtige wijze rekening is gehouden met de belangen van alle deelnemersgroepen. Vanwege de vereiste instemming van het pensioenfondsbestuur, doen sociale partners er in de praktijk verstandig aan om pensioenfondsen in een vroegtijdig stadium te betrekken bij hun plannen. Ook vanuit het oogpunt van het efficiënt inzetten van aanwezige kennis is dit overigens aan te bevelen. Bij Philips en Signify is het een goed gebruik om Philips Pensioenfonds tijdig aan te haken bij het ontwikkelen van een nieuwe pensioenregeling. Dat zal ook in dit geval weer gebeuren.

  • Is de situatie bij Philips Pensioenfonds vergelijkbaar met die bij andere fondsen?

    De situatie bij Philips Pensioenfonds wijkt in twee opzichten af van die bij veel andere fondsen. Ten eerste heeft Philips Pensioenfonds een wat hogere dekkingsgraad dan veel andere fondsen en daarmee een buffer. Ten tweede is Philips Pensioenfonds een fonds met relatief veel pensioenontvangers in de populatie. Beide punten kunnen van belang zijn in de discussies (binnen het Algemeen Bestuur van het Fonds en met Philips, Signify en de vakbonden) rond onder meer invaren, compensatie en de omvang en wijze van vullen van de solidariteitsreserve (bij keuze voor het nieuwe pensioencontract en niet voor een individuele beschikbare-premieregeling). Deze punten zullen daarin dan ook uitdrukkelijk worden meegenomen. Het is daarbij van groot belang alle relevante feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang te bezien. Pas nadat het gehele plaatje van de inhoud van de regeling en de financiering daarvan is ingevuld, kan worden uitgerekend wat de regeling naar verwachting betekent voor de diverse groepen deelnemers en kan worden beoordeeld of het geheel evenwichtig is.

  • Blijft de pensioenregeling van Philips en Signify tot de inwerkingtreding van het nieuwe pensioenstelsel hetzelfde?

    De huidige pensioenafspraken tussen Philips en Signify enerzijds en de vakbonden anderzijds, lopen tot 1 januari 2022. In de komende periode gaan de ondernemingen en de vakbonden afspraken maken over de pensioenregelingen zoals die gaan gelden vanaf 1 januari 2022. De kans dat op die datum ook al de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel mogelijk is, acht het Algemeen Bestuur van Philips Pensioenfonds klein. Dat betekent dat er in de periode van 1 januari 2022 tot de datum van overgang naar het nieuwe pensioenstelsel (uiterlijk 1 januari 2026) waarschijnlijk nieuwe pensioenafspraken gaan gelden, die nog onder het huidige pensioenstelsel vallen. Hoe die afspraken eruit gaan zien, is uiteraard nog niet bekend. Mocht het juridisch en praktisch wel mogelijk zijn om al op 1 januari 2022 over te gaan naar het nieuwe pensioenstelsel en mochten Philips, Signify en de vakbonden dat ook wensen, dan valt het moment van die overgang samen met de inwerkingtreding van de nieuwe pensioenafspraken, die dan direct onder het nieuwe pensioenstelsel vallen.

  • Is er nog pensioen voor mij als ik langer leef dan verwacht?

    Op de pensioendatum wordt het jaarlijkse pensioen vastgesteld mede op basis van de levensverwachting. Dat betreft dan het jaarlijkse pensioen dat men krijgt uit het eigen pensioenpotje. Dat zou betekenen dat het pensioenpotje leeg is zodra een deelnemer die verwachte leeftijd van overlijden heeft bereikt. Als een deelnemer ouder wordt dan van tevoren werd verwacht, zou deze deelnemer vanaf dat moment geen pensioen meer ontvangen. Dat is uiteraard niet de bedoeling.

    In het Pensioenakkoord is vastgelegd dat dit zogenoemde langlevenrisico wordt afgedekt. Op die manier is er ook pensioeninkomen als men ouder wordt dan verwacht. Of het langlevenrisico volledig wordt afgedekt, is afhankelijk van de verdere uitwerking hiervan. De wetgever moet de komende periode namelijk nog vaststellen op welke manier dit precies wordt geregeld. Waarschijnlijk wordt het pensioenpotje van deelnemers die juist eerder overlijden dan verwacht, verdeeld over de deelnemers die langer leven dan verwacht. En wellicht wordt ook een deel van de zogenoemde solidariteitsreserve gebruikt voor het afdekken van het langlevenrisico.

    Over het nabestaandenpensioen wordt in het Pensioenakkoord vrijwel niet gesproken. Hoe het zit bij een nabestaande die langer leeft dan verwacht, is dus niet bekend. Maar verwacht mag worden dat ook het langlevenrisico voor een nabestaande (grotendeels) wordt gedekt.

  • Meer laden...

Boven